Ga naar de hoofdinhoud

Blog

Objectieve aansprakelijkheid, gericht op slachtoffers

Top

Objectieve aansprakelijkheid, gericht op slachtoffers

1967, de ramp in de Inno, 1994, de brand in het Switel-hotel in Antwerpen en uiteraard de aanslagen in Zaventem in 2016… Rampen die talloze slachtoffers maken die vergoed moeten worden, maar dat is niet eenvoudig. Daarom is de objectieve aansprakelijkheid verplicht voor bepaalde inrichtingen.

De rol van de gemeente en wanneer deze verzekering eisen van uw inrichtingen

Tot op heden werd er 60 miljoen uitgekeerd aan de slachtoffers van de aanslagen in Zaventem in maart 2016 maar de totale kostprijs van de schadegevallen loopt op tot 119,4 miljoen euro. In december 1994 vieren 450 mensen oudejaarsavond in de feestzaal van het Switel-hotel wanneer de kerstboom vuur vat als gevolg van kaarsen die in de buurt stonden. En voor de Inno blijft het, jaren later, een bittere vaststelling: het gebouw werd vergoed voor de brand, maar sommige slachtoffers kregen niets voor de geleden schade.

De procedure bij de rechtbank is zwaar en kan jaren aanslepen. Maar zolang het proces niet achter de rug is, wordt niemand vergoed. Een onhoudbare situatie voor de slachtoffers en hun familie.

Een verplichte verzekering ten behoeve van de slachtoffers

Om ervoor te zorgen dat alle slachtoffers, zelfs die zonder persoonlijke verzekering, in dat soort situaties vergoed kunnen worden, zonder dat de oorzaak en de aansprakelijke moeten worden geïdentificeerd, heeft de wet van 30 juli 1979 een verzekering objectieve aansprakelijkheid verplicht gemaakt.

De objectieve aansprakelijkheid is een verzekering die letselschade en zaakschade (kledij, bagage, tassen, koffers, juwelen …) dekt. Ze vergoedt de slachtoffers van een brand of een ontploffing die zich voordoet in bepaalde types inrichtingen die voor het publiek toegankelijk zijn.

Waarom ‘objectief’? Om het eindeloos zoeken naar aansprakelijkheid te voorkomen. Zo zijn de betrokken personen (exploitanten) verplicht om de letsel- en zaakschade van de slachtoffers te vergoeden, zelfs indien de aansprakelijkheid niet is bewezen en zelfs indien de exploitant heeft kunnen bewijzen dat hem geen schuld treft.

Objectieve aansprakelijkheid, voor wie precies?

De wet richt zich tot bepaalde exploitanten van inrichtingen met een voor het publiek toegankelijke oppervlakte waarvan de activiteit is opgenomen in de onderstaande, door de wetgever opgestelde lijst: horeca, transport, gezondheidsinstellingen, onderwijsinstellingen, amusement, winkels, kantoren, enz. Het zijn plaatsen die een hoog risico vormen, hetzij door de hoge concentratie van personen die zij ontvangen - zoals een school of een rusthuis - hetzij door de aard van hun activiteit.
De verplichting geldt voor zover ze gewoonlijk voor het publiek toegankelijk zijn, dus zelfs indien het slechts x uur per dag of per maand is, of slechts eenmalig voor één dag.

De dekking geldt niet alleen voor derden die aanwezig zijn in de inrichting, maar ook voor personen die zich buiten of in de onmiddellijke omgeving bevinden, zoals buren, voorbijgangers, eigenaars van auto's die in de wijk geparkeerd staan.

Horeca & transport

  • Restaurants en frituren > 50 m2
  • Cafés > 50 m2
  • Hôtels en motels > 4 kamers en > 10 klanten
  • Stations, metrostations en luchthavens

Winkels

  • Kleinhandel (verkoopruimte + opslagplaats > 1.000 m2)
  • Winkelcentra > 1.000 m2

Beroepsleven

  • Kantoren > 500 m2

Sociaal leven, sport en ontspanning

  • Artistieke abarets en circussen, bioscopen en theaterzalen, culturele centra (bar inbegrepen)
  • Polyvalente zalen, voor spektakels, openbare vergaderingen en sportevenementen, tentoonstellingsruimtes
  • Sportzalen, schiettenten, stadions
  • Handelsbeurzen, kermisinstallaties, springkastelen, attractieparken

Zorg

  • Zorginstellingen; serviceflats, rusthuizen

Onderwijs

  • Traditionele onderwijsinstellingen en instellingen voor technisch onderwijs en internaten

De rol van de gemeente

De burgermeester van de gemeente waar de inrichting gevestigd is, moet controleren of die verplichting wordt nageleefd. Wie geen verplichte verzekering objectieve aansprakelijkheid afsluit, krijgt een strafrechtelijke sanctie opgelegd, zoals een boete of de gedwongen sluiting van de inrichting. De gemeente moet aan de exploitant zijn verzekeringsattest vragen alvorens hem zijn exploitatievergunning te leveren, maar ook wanneer hij bijvoorbeeld na werken de activiteit hervat.

Dat betekent dat bijvoorbeeld een bakker met een verkoopruimte en opslagplaats van minder dan 1.000 m² en die niet aan die voorwaarden van de wet voldoet, zich niet moet verzekeren. We krijgen soms de vraag van onze verzekeringnemers dat zij door de gemeente verplicht worden om een verzekering objectieve aansprakelijkheid af te sluiten. Anders wordt hun vergunning geweigerd. De exploitant sluit dus nietsvermoedend de verzekering af en betaalt de premies voor niets. Het is dus belangrijk om als gemeente goed te weten welke inrichtingen onder de wet vallen.

In de praktijk voor uw eigen OA

Als exploitant (in de ruime zin van het woord) van de delen die voor het publiek toegankelijk zijn binnen zijn entiteit, moet de gemeente een polis objectieve aansprakelijkheid afsluiten. De meeste gemeenten groeperen de verschillende instellingen, zoals de politie, het OCMW, scholen en hun voor het publiek toegankelijke gebouwen die binnen het toepassingsgebied van de wet vallen. Om u daarbij te helpen, kunt u zich baseren op uw brandpolis.

De dekking wordt dan automatisch verleend voor alle betrokken gebouwen waarover de verzekeringnemer beschikt.

En indien u uw voor het publiek toegankelijke ruimten tijdelijk verhuurt, wie moet zich verzekeren? Het is de exploitant van de ruimte, dus de gemeente, die de aansprakelijkheid draagt, zelfs als de voor het publiek toegankelijke ruimten tijdelijk door een andere exploitant worden gebruikt, bijvoorbeeld voor een evenement. Zie ook het artikel Tijdelijke verhuur van gemeentelokalen.

DEEL DIT ARTIKEL